vrijdag 11 september 2026

Positie 911

Uiteraard heeft elke Chess 960 opstelling twee torens, maar deze met dit hele specifieke nummer springt toch wel bijzonder in het oog. De positie verscheen vanochtend onwetend op het bord bij het potje Fischer Random schaak dat ik elke vrijdag speel tegen iemand die een nummer kiest (vandaag per uitzondering níet willekeurig immers exact vijfentwintig jaar na de aanslagen op de Twin Towers) waarvan ik vervolgens via het internet de bijbehorende beginstelling opzoek...

Zie de opvallende startpositie. Op het ene deel het koninklijk paar (de dame overigens níet op de eigen kleur) aan weerszijden beschermd door de torens, de andere helft bezet door de mindere machten, maar wel eendrachtig en zij aan zij: een span paarden en aan het eind twee hoog opstekende lopers die daarmee de torens lijken te willen uitdagen. Zeker, je kunt er elke symboliek in stoppen die je maar wilt, maar sowieso is het de enige opstelling (naast de klassieke) die ik sinds vandaag zonder enige moeite kan reproduceren.

PS: Chess 960 is een schaakvariant waarbij de stukken in de beginstelling willekeurig op de onderste rij worden geplaatst, waarbij de zwarte stukken (gespiegeld) aan de witte stukken staan opgesteld (oftewel: tegenover een wit stuk staat steeds een identiek zwart stuk). De pionnen behouden hun positie uit de klassieke opstelling. De enige restricties die verder gelden: de beide loppers moeten op een ongelijke kleur staan (de ene op een wit veld, de andere op een zwart veld) en de koning moet zich ergens bevinden tussen de twee torens (anders gezegd: de ene toren moet ergens links van de koning staan, de andere ergens rechts van de koning). Op deze manier zijn 960 beginopstellingen mogelijk die elk hun eigen nummeraanduiding hebben. De regels werden ooit opgesteld door wereldkampioen Bobby Fischer en werd daarom oorspronkelijk Fischer Random genoemd. De laatste jaren wordt ook de term Freestyle Chess gepromoot.


woensdag 1 juli 2026

Ik ben ook Marokkaan!

Hieronder een mailreactie gericht aan Volkskrant (hoofd)voetbalverslaggever Willem Vissers na de uitschakeling van het Nederlands elftal door Marokko 30 juni tijdens het WK-voetbal van 2026 in de VS. Aanleiding was een opmerking van Vissers in een podcast een dag later: https://www.volkskrant.nl/podcast/de-volkskrant-elke-dag/oranje-ten-onder-wat-kan-nederland-van-marokko-leren/ Op minuut 8:45 zegt hij daarin het "vreemd te vinden dat iemand als Afellay zich zo duidelijk (en zelfs fel) uitspreekt voor Marokko" (i.p.v. dus Nederland). 

1 juli 2026

Beste Willem Vissers,

Als vijftig jaar lange Volkskrantlezer en enige jaren Volkskrant Elke Dag podcastbeluisteraar, werd ik in die laatste hoedanigheid getroffen door je - vanuit het niets komende - verbazing over het (blijkbare) feit dat voetbalanalist Afellay een "felle" aanhanger van Marokko is, door jou gekwalificeerd als een "vreemd punt". Sta me toe te zeggen dat ik dat op mijn beurt een nogal vreemde uitspraak vind. Nee, ik weet niet precies waarom Afellay voor Marokko is, al vind ik het op de een of ander manier heel begrijpelijk en zelfs voor de hand liggend. Laat mij iets vertellen over mijn eigen Oranje-houding, waarin zich de laatste tien jaar een opvallende (en ook - naar mijn eigen mening - best wel opvallende) ontwikkeling heeft voorgedaan.

Op achtjarige leeftijd werd ik in 1966 na de mistwedstrijd Ajax-Liverpool besmet door het Ajax- (en impliciet het Nederlandse elftal) virus. De gouden jaren die erop volgden (van Ajax welteverstaan, de Europacup van Feyenoord in 1970 kon ik niet uitstaan) vonden hun culminatiepunt in het WK voetbal van 1974. De finale werd een praktisch levenslang trauma, dat bij lange na niet goedgemaakt kon worden door het EK-kampioenschap van 1988, ook niet de winst in de halve finale op de gehate Duitsers die mij destijds meer voldoening schonk dan de titel zelf. Oranje aanhanger bleef ik volop, bij dieptepunten (WK 1990, EK 2000) zowel als nieuwe hoogtepunten (WK 1998, WK 2010), al kon het team in mijn beleving nooit in de schaduw staan van het wereldelftal uit '74. Zelfs in 2014 nog met het verderfelijke 5-3-2 Van Gaal systeem genoot ik intens van de 5-1 overwinning op Spanje en hoopte ik op een verrassing in de rest van het toernooi.

Op de een of ander manier is er daarna iets 'misgegaan'. Quatar werd - wat moesten we daar eigenlijk? - met het waardeloze spel van Nederland gelukkig een mislukking en dit jaar tekende ik vol overtuiging de petitie dat Nederland beter af kon zien van deelname aan het WK in het tegenwoordig verfoeide VS. (Uiteraard) ging men toch, maar ik betrapte mijzelf op de stiekeme voorpret dat de poulefase voor Oranje best eens het eindstation zou kunnen worden (Zweden altijd lastig, Japan dat 'ons' in 2010 al de nodige moeite kostte, en Tunesië als vertegenwoordiger van het volwassen geworden Afrikaanse voetbal).

De geest is gewillig maar het vlees is zwak, al vanaf de openingswedstrijd volg ik het toernooi meer dan ik kon vermoeden. Het anti-Oranje gevoel bleek echter springlevend, het kwam vooral naar boven tijdens de zestiendefinalewedstrijd van Nederland. Of ik het wilde of niet, vanaf minuut 1 tot en met de laatst genomen strafschop lag mijn sympathie slechts bij een team: dat van Marokko. 

Is het de leeftijd misschien? Dat je pas dan de zaken wat meer kunt relativeren en die daarmee ook beter ziet? In 2014 had ik nog opgroeiende kinderen, maar die zijn allang volwassen en hoef ik het daarom voor hen niet meer te doen? Is het mijn Friese achtergrond die maakt dat ik mij goed kan verplaatsen in dat van de miskende underdog tegenover die eeuwig superioriteit uitstralende westerling? Geen idee, in de zestig jaar ervoor vormde dat immers nooit een belemmering. Maar de Hollandse arrogantie en dat zich immer beter dan de rest (van de wereld) voelende, dat even hardnekkige en onuitroeibare als onrealistische idee dat 'we' tot de besten en daarom kanshebbers behoren, het moet er zeker iets mee te maken hebben.

Het eerste halve uur van de wedstrijd Marokko-Brazilië alleen al had aangetoond hoezeer het huidige Marokkaanse team beter is dan het tegenwoordige Nederlandse elftal. De voortdurend keihard inspelende passing die daarin te zien was en daarbij toch steeds de bal in bezit blijven houdend, het is iets wat bij de 'onzen' totaal ontbreekt. Jan Mulder sloeg natuurlijk de spijker op de kop toen hij na een bewieroking van Frenkie de Jong door een Nederlandse toptrainer verzuchtte: "Een tikkie breed, dat kan toch ieder voetballer?"(De keizer heeft geen kleren aan! De toptrainer raakte zichtbaar even van zijn stuk). De Jong, je kunt hem er goed bij hebben en zonder meer een goede voetballer (alhoewel een van de weinigen die we hebben) maar alleen al zijn gebrek aan scorend vermogen maakt elke vergelijking met wereldtoppers als Mbappé en Messi volkomen absurd. En dan de rest. Brobbey die een paar keer een bal goed toucheert en op de goede plek staat voor een intikker: ineens een wereldspits? Summerville, best een verfrissing, maar waarom ineens het idee dat die ons verder zal brengen? Zoals je zelf uitvoerig in de podcast aangaf: technisch is Nederlandse minder dan vele andere landen op dit WK. Vanwaar dan in hemelsnaam in je voorbeschouwing Nederland de favoriet noemen voor de zege?

Terug naar de wedstrijd van maandag op dinsdag. Wat een nacht werd het! Marokko dat naarmate de wedstrijd langer duurde oppermachtiger werd, Nederland juist hulpelozer maar desondanks tegen de verhouding in op voorsprong kwam. Dan, je geloofde er al niet meer in, op de valreep toch de gelukzalige Marokkaanse gelijkmaker. In de verlenging zou(den) ongetwijfeld de beslissende klap(pen) worden uitgedeeld, maar een prachtig uitgespeelde open kans resulteerde (onwaarschijnlijk) niet in een doelpunt. De penaltyserie die begon met een onberispelijke Nederlandse uitvoering en een erop volgende misser van Marokko. Er leek werkelijk geen zegen op deze wedstrijd te rusten. Maar dan kreeg toch het recht zijn beloop. Als keeper Verbruggen na zijn redding niet meer beweegt of desnoods gewoon opstaat, staat Nederland in de volgende ronde. In plaats daarvan trapt hij de bal met de hak in eigen doel! Alsnog zijn er twee schitterende Hollandse missers voor nodig om Marokko in staat te stellen de definitieve knock-out uit te delen. Het faalt daarin niet. Hoera!

Tja (zonder ironie), merkwaardig hè, wat zou dat toch zijn? Weet het ook niet. 

De volgende twee beelden drukken het misschien wel het beste uit. Dat van Saibari die tegen het eind van de verlenging bij het uittrekken van een bebloed shirt zijn machtige torso toont: dát zijn kerels! Daartegenover dat van de na afloop minutenlang op schouders van teamgenoten grienende Wout Weghorst: zo'n huilebalk, daar wil een net mens toch niet bij horen?

Ik ben ook Marokkaan!

Met vriendelijke groet,
Sake Jan de Boer
Groningen


PS:
  1. Als Marokko op de valreep die 1-1 niet had gemaakt, dan was trainer Koeman door het Nederlandse volk natuurlijk als geniale tacticus op het schild gehesen. Het maakt daarom alle beschouwingen (voor of na) volstrekt, maar dan ook volstrekt, waardeloos en ongeloofwaardig. Immers, dit was dan de stemming geweest: zeker, het spel kan beter, maar het resultaat telt, slecht spelen maar toch winnen, nu eens niet met mooi spel verliezen maar het resultaat voorop, daar gaat het om en daarbij de strijdlust is on-Nederlands goed, de weg maar de kwartfinale (via Canada) ligt open, het betere voetbal gaat er zeker komen, geen twijfel mogelijk, de kwaliteit is er immers, en er groeit iets moois, dit is echt een team, een plaats in de finale plaats lonkt, sterker nog, het zal een finale zijn die we deze keer winnen.
  2. Uitschakeling van Oranje heeft één heel groot nadeel, namelijk dat het eenmalig is, want ja ik zal het missen: de verongelijktheden van al de voetbalexperts, de teleurgestelde koppen, de boeren met kiespijn aan de analysetafels (Van de Vaart!), zij die het na afloop (en nog dagenlang) allemaal precies menen te weten wat eraan mankeerde, al hadden ze eerder pal voor de wedstrijd zonder uitzondering voorspeld dat Nederland dit zou gaan winnen. Subtiele maar veelzeggend hoogtepunt was de zwijgende Benali in de Hilversumse studio om kwart over zes dinsdagochtend. Nee, zijn stilte kwam niet vanwege een doorwaakte nacht. Allerminst. Hij juichte vanbinnen, en bleef dat doen, als een kind, wilde het wel van de daken schreeuwen, maar wist dat dit niet het moment was daar voor een Oranje publiek uiting aan te geven. Oranjefans konden aan zijn fatsoen een voorbeeld nemen, al zullen ze het niet hebben opgemerkt.






dinsdag 8 oktober 2024

Wire 154 en dansnummer 9

Via onontkoombare pushmeldingen (ze weten je tegenwoordig altijd en overal te vinden) werd ik afgelopen maand gewaar dat (de blijkbaar altijd nog bestaande) Muziekkrant Oor onlangs een Postpunk top 100 albumlijst heeft samengesteld. (Pop)muziek is al lang niet meer de belangrijkste zaak in een mensenleven, zelfs - op het incidenteel bekijken van een YouTube muziekfilmpje uit lang vervlogen tijden na - geen bijzaak, het bezoeken van een concert laat staan het beluisteren van een laatste sensatie is er al heel lang niet meer bij, en de platenspeler en langspeelplaten staan na een verhuizing van een half jaar geleden nog altijd diep opgeborgen in dozen.

Desalniettemin: als trouwe lezer van de Oorkrant eind jaren zeventig/begin jaren tachtig en muzikaal product van dat tijdsgewricht, was mijn nieuwgierigheid gewekt. Het eerste wat intrigeerde was de term postpunk. Betrof het alleen de periode na de punkexplosie van de jaren '76 en '77? Nee, las ik, dat zat anders. De lijst bleek albums te bevatten uit alle decennia vanaf dat moment, tot ver in deze eeuw, ja zelfs anno 2024 begreep ik wordt er spiksplinternieuwe postpunk geproduceerd en aan de man gebracht, en geen slechte ook volgens de tegenwoordige OOR-deskundigen gezien de notering van drie opnames uit het huidige jaar. Welke de criteria van die postpunk waren, bleef mij echter duister en zijn eigenlijk niemand helder. Of zoals ik ergens las: 'Postpunk is een containerbegrip geworden voor alles wat een gitaar vasthoudt en mistroostig uit de ogen kijkt'.

De top-100 lijst kent trouwens 154 titels. Naast de eerste honderd heeft men er 54 op een 'reservebank' geplaatst. Wellicht omdat men vond dat er buiten die honderd meer waren die een vermelding verdienden, maar de belangrijkste aanleiding was zonder meer de nummer 1 van de lijst: het album 154 uit 1979 van de Engelse groep Wire. Maar wacht eens even, zat die LP niet in mijn eigen platenverzameling? Zeker weten. 

Op een druiligere zondagmiddag realiseer ik me dat niets mij tegenhoudt de bijna vijftig jaar oude draaitafel uit de mottenballen te halen en aan te sluiten op de versterker die al wel geïnstalleerd staat als geluidsbron voor de televisie. Vervolgens til ik de bovenste doos van een van de twee stapels archiefboxen, welke tijdelijk dienstdoen als geluidsboxenstandaard. Wat een toeval: bij opening van de eerste de beste box kom ik de gezochte plaat meteen tegen. Dat niet alleen, ook de voorloper Chairs Missing - het tweede album van de heren Wire en ook geen misselijke plaat gezien positie 36 op de OOR-lijst - trek ik tevoorschijn. Hier rust een zegen op.


Alles is er klaar voor, de Thorens pickup maakt de woorden van de toenmalige verkoper dat het ding minstens een half mensenleven mee zou gaan, zonder enig morren waar. Hoe lang was het geleden dat ik een van deze twee platen erop had gelegd? Zeker dertig jaar en waarschijnlijk dichter bij de veertig. Zou ik het nog herkennen, wist ik nog hoe het klonk? 

Bij de allereerste tonen al is er het antwoord op die vraag. Ik kan elk detail dromen, op bijna elke muziekmaat weet ik wat er volgt, de tekstflarden die ik destijds kende klinken nog even vertrouwd in de oren. Geen enkel nummer uitgezonderd. Wonderlijk hoezeer muziek zich blijkbaar muurvast kan zetten in iemands brein. Veertig jaar later! (Mensen, mocht Alzheimer ooit toeslaan, laat me een willekeurige plaat uit mijn oude verzameling horen...)


Ook Chairs Missing beluister ik met eenzelfde aha-erlebnis geheel terug. Zeker niet slechter dan 154. Het was moeilijk kiezen voor het nummer dat ik hier zou plaatsen. Ik hield het op het eerste van kant 2 van 154, A mutual friend.

Ik moet de Wire platen veel gedraaid hebben, meer dan ik had ik gedacht. De reden van dat laatste: de groep behoorde nooit tot mijn echte favorieten. Na het eerste feest van herkenning keert bij de tweede en derde beluistering ook dat gevoel terug. Lang niet elk nummer kan me bekoren. Meer nog, er zitten er bij die me ronduit irriteren. Dat was toen zo, realiseer ik me bij herbeluistering, en nu precies weer zo.

Terug naar de top 100 lijst. Van de eerste zeven zitten er behalve 154 nog vier andere titels verstopt in mijn archiefboxen. Voorwaar geen slechte score! Verderop in de lijst tref ik er nog eens een kleine vijftien aan. Wire had op mijn top 100 een stuk lager gestaan. Echo & The Bunnymen, met meerdere albums, met stip in de top vijf. Talking Heads idem dito. Maar zie daar al waar het wringt, is dat postpunk? Ach, toen in die beginjaren ging dat zo, was het geen punk, dan heette het wel new wave. Het gold zelfs voor de Dire Straits (zonder enige gekheid, in 1978 zag ik het bandje met net een eerste hit op zak live in Huize Maas, ten bewijze dit artikel...). Anderzijds lijken er namen op de lijst te ontbreken. Waar bijvoorbeeld zijn The Cramps? De B-52's? En is Nirvana dan geen postpunk? Pearl Jam? Ah, ik begin er al meer van te snappen: een gitaar vasthouden met een mistroostige blik in de ogen mag dan een voorwaarde zijn, zodra je er een miljoenenpubliek mee bereikt is het geen postpunk meer...


Behalve Wire rolden er natuurkijk nog andere LP's uit die ene doos. Een ware mengelmoes: van Genesis' The Lamb Lies Down on Broadway tot Johnny Thunders. Ook twee exemplaren van Philip Glass: Koyaanisqatsi en Dancepieces. Ze dateren van een jaar of vijf later toen mijn interesse zich tot klassiek en zelfs opera had uitgestrekt. De minimal music van Glass vormde de perfecte middenweg tussen klassiek en pop.

De plaat met die onuitsprekelijke titel bevat de filmmuziek van de gelijknamige (woordloze) film, de muziek even hypnotiserend als de beelden. Ik zag in die tijd in Amsterdam een onvergetelijke live-uitvoering door het ensemble van de componist met hemzelf achter de toetsen en de film geprojecteerd op de achtergrond. 

Mijn oog viel echter meer op die andere plaat, eentje die ooit een tamelijk willekeurige aankoop moet zijn geweest en waarvan de titel Dancepieces me eerlijk gezegd nauwelijks iets zei. Wat wel in mijn hoofd zat was dat ik de muziek erop had leren kennen als minstens zo bijzonder als Koyaanisqatsi. Maar hoe en wat precies ook al weer?

De oplossing lag voor de hand: na Wire legde ik ook Dancepieces op de draaitafel. Ook daar meteen herkenning maar niet de euforie die ik verwachtte. Tot het einde van plaatkant 1. 


Alle twijfel weg, mysterie opgelost, dit was wat me destijds bij de keel gegrepen had. Toen, en nu weer. Op achterkant van de hoes lees ik de titel van het acht minuten durende stuk, op zijn 'minimals': Dance IX. Beluister en huiver. De melodieën, de ijle zang, de opzwepende ritmes, de voortdurende climax die maar niet tot eind lijkt te willen komen. Nee, na het deprimerende Wire was dit een welkome opkikker. En een schitterende hernieuwde kennismaking. Met dank aan de top 100 postpunklijst van Muziekkrant OOR.

De dag na de eerste kladversie van dit artikel waarvoor ik driftig gegoogeld had op Philip Glass, krijg ik op mijn telefoon een pushmelding met een kop uit het Nieuwsblad van het Noorden: Koyaanisqatsi blijft ook na 40 jaar indringend, maar waarom moet die muziek zo hard? Huh? Vol ongeloof speur ik verder op het internet. Het blijkt echt waar. Nog geen week geleden werd in er mijn eigen woonplaats een reprise opgevoerd van precies datzelfde concert als van veertig jaar geleden in Amsterdam. Hier, naast de deur. Volledig gemist... 

Zonde, niet onwaarschijnlijk eeuwige zonde. Dat komt ervan als je de actualiteit niet meer volgt. Al bewijst het ook de kinderschoenen waar AI nog in staat. Immers, een beetje algoritme had me van tevoren toch even een meldinkje gestuurd? Enfin, misschien beter dat de techniek nog niet zo ver gaat. Ik ga vanaf nu zelf maar weer eens beter opletten.

dinsdag 23 januari 2024

Melanie


Melanie †, hier met Lay Down, een van haar vele hits uit begin jaren zeventig:



Ik herinner me het nummer als de dag van gisteren. Het was mijn kennismaking met Melanie. Niet zomaar, want een beetje heus verliefd op die mooie zangeres. Nu ik deze fantastische opname voorbij zie komen, vermoed ik dat dat met die Voor de vuist weg uitzending van Willem Duys begonnen moet zijn (voor de jonge lezers: een van eerste, zoniet allereerste talkshow op de Nederlandse TV,  al bestond die term toen nog niet). Blijkbaar van 1970. Ik was twaalf toen...

In de jaren erna daalde het liedje in mijn achting. Te makkelijk, nogal schreeuwerig, commercieel! Een vies woord. 

Maar zie haar hier toch eens tekeer gaan. Samen met die Edwin Hawkins Singers. Geweldig!  

Al zeg ik het zelf: ik had best een goeie smaak...

NB: Let niet (of juist wel) op dat wonderbaarlijke vijftigplus publiek. Even verschrikkelijk als vermakelijk.

--------------------------------

Het filmpje is kennelijk ook buiten onze grenzen bekend:

 
Dit is niet minder genieten...!

 
Dit stel geniet samen...

Genieten doen ze allemaal, deze hiphopper valt daarbij ook het suffige publiek aan het eind op :-) 

Ach, en deze is erg snoezig, spoel beter meteen door naar een minuut of zestien...
 


woensdag 12 juli 2023

Rammstein en Wagner

I. Intro

De Volkskrant kent sinds enige tijd een klassieke muziekrubriek die wekelijks in het kort de belangrijkste werken van een bekende componist behandelt. Die van 1 juli ging over Richard Wagner (1813-1883). In de inleiding maakt de schrijver zich vrolijk om de verwarring met die (dat) andere Wagner, de militiegroepering die een week eerder in Rusland een staatsgreep leek te willen plegen. Als de krant schrijft over Het weekend van Wagner, grapt hij: inderdaad, hoe zou zijn weekend zijn geweest? Of, wanneer de analyse is dat 'zowel het Kremlin als Loekasjenko baat kunnen hebben bij een tweede leven van Wagner' is zijn reactie: ja, duh, wie niet?

In de digitale versie van het artikel zijn Spotify fragmenten van de componist Wagner aan te klikken. Ik deed het met plezier, wat een muziek was dat toch! Maar vooral, wat was het lang geleden dat ik het hoorde. Terug naar hoe het begon.

II. Der Ring des Nibelungen

Het was in de beginjaren tachtig dat de VPRO in vier avondvullende afleveringen de complete Ring des Nibelungen, het magnum opus van Richard Wagner, op de televisie uitzond. Het moet 1982 of 1983 zijn geweest, het was in elk geval in de zomerperiode en vermoedelijk steeds op de zondag.

Der Ring des Nibelungen is een opera in vier delen met een gezamenlijke lengte van liefst vijftien uur. Overweldigende muziek, lyriek, toneel, drama, enorme decors, kostuums, ontelbare personages, vol van oude Germaanse mythologie, dieptepsychologie, moord en doodslag, liefde, haat en verraad, en nog veel en veel meer. Kortom, een spektakel, al zal dat woord in de negentiende eeuw nog niet zijn gebezigd. Wagner gaf er de benaming Gesamtkunstwerk aan.

De uitgezonden registratie van de Ring werd gedirigeerd door Pierre Boulez, zijn naam is nooit uit mijn geheugen verdwenen. Op internet achterhaal ik de andere persoon die er nauw aan verbonden was, ook zijn naam herken ik: Patrick Chereau, regisseur/producent. De twee waren verantwoordelijk voor een moderne enscenering van De Ring die aanvankelijk hevig bekritiseerd werd maar uiteindelijk alom bejubeld.

Hoe ik ertoe kwam de cyclus in zijn geheel te volgen weet ik niet precies meer. Popmuziek stond centraal, al was ik van huis uit niet onbekend met klassiek. Dat de VPRO de verantwoordelijke omroep was zal zonder twijfel een rol gespeeld hebben, ik vermoed zelfs een doorslaggevende.

Ik herinner me goed dat het begin niet tegenviel. Sterker nog, het intrigeerde vanaf de eerste minuut, het moet dat begin zijn geweest dat nieuwsgierig maakte naar meer, misschien wel de hele Ring. Op internet zijn van de Boulez/Chereau produktie veel fragmenten te vinden, het eerste deel Das Rheingold zelfs compleet (inclusief ondertiteling die helaas in het Engels is in plaats van het Duits). 


Bovenstaand filmpje bevat de prelude van Das Rheingold. De langzaam aanzwellende klanken die de Rijn moeten voorstellen zijn meteen raak. Wagner staat bekend om zijn techniek muzikale motieven  te verbinden aan personages, voorwerpen, gebeurtenissen e.d., welke verspreid over het hele werk voortdurend terugkeren: Leidmotiven, de Ring zit er barstensvol van. De opkomst en hemelse zang van de drie Rheintöchter is verrassend aangenaam. Is dit opera? Opera is toch heel zwaar en langdradig? Maar dit niet, dit klinkt gewoon prachtig! 

Het decor blijkt nu ik het terug zie anders dan ik dacht. Geen stromende Rijn met daarin de Rijndochters als zwemmende nimfen, maar een massieve industriële constructie waarbovenop de schoonheden heen en weer dartelen. Ah, dat is waar ook, de regie was vooral zo omstreden omdat die vanuit een links, ja zelfs marxistisch perspectief zou zijn opgediend. Hm, ik heb dat nooit goed kunnen vatten, muziek en libretto stonden immers vast, en voor de rest was het vooral veel oude mythologie; maar ik ben dan ook geen expert. Wel vallen mij nu de allereerste beelden op van wat een vijftien uur durende voorstelling zou gaan worden: een steeds dichter wordende walm van rookwolken... het zijn neveldampen die opstijgen vanuit het beneden gelegen Nibelheim.

Het Nibelheim (waarin het woord nevel terug te vinden is) is het rijk van de Nibelungen, een ondergronds levend dwergengeslacht. Hun aanvoerder is de lelijke Alberich. Hij bezwijkt voor de verleiding die de nimfen hem voorspiegelen: hij kan over het goud van de Rijn beschikken om daaruit een ring te smeden die de bezitter almacht geeft over de gehele wereld, mits... mits hij de liefde afzweert. Alberich slaagt erin de ring te smeden. Het startsein van een oneindige reeks van dramatische gebeurtenissen en verwikkelingen, teveel om hier te verhalen.


Uit Rheingold nog wel een scene (34:00) met twee personages die de meeste indruk op me maakten: de reuzen Fasolt en Fafner. Hoogstwaarschijnlijk vooral vanwege de nooit opgeloste kwestie hoe deze meer dan drie meter hoge gestalten zo levensecht vorm gegeven waren! Maar niet alleen dat, ook muzikaal is het genieten, gewoon uit volle borst met die prachtige basstemmen meezingen, dat is het devies. Tussen twee haakjes, hoor hoe de twee broers onder stampende orkestklanken op het toneel worden geïntroduceerd, Wagner ten voeten uit om zo te zeggen.

Duidelijk mag zijn dat het Wagnervirus al bij de eerste aflevering toesloeg. Hoe en waar ik de andere drie delen zag en onderging, ik heb er geen weet meer van, zelfs durf ik mijn hand er niet voor in het vuur te steken dat ik het allemaal van begin tot eind uitzat.


Wel is zeker dat ik niet veel later een platencassette kocht met de complete Ring: achttien langspeelplaten, dat zijn zesendertig kantverwisselingen op je platenspeler bij een keer luisteren (of nee, eentje minder natuurlijk: vijfendertig). Hoe vaak ik de Ring volledig afluisterde is natuurlijk onmogelijk te zeggen, wel dat ik het mezelf makkelijk maakte door vele keren achtereen de pickuparm eenvoudigweg terug te plaatsen naar het begin. Op die manier leerde je het gehele werk ook kennen, misschien wel beter. Waar weer bij aangetekend dient te worden dat ik misschien nog geen tiende van de Ring ooit heb doorgrond.

We gaan er nu wat sneller doorheen. Het bekendste stuk van de Ring is ongetwijfeld te vinden in het tweede deel Die Walküre, en daarvan het begin van akte drie: de Walkürenritt.


Deze schitterende registratie is van een veel latere produktie (2011). De Walküren, strijdgodinnen en dochters van oppergod Wotan, verzamelen gezeten op hun paarden (stijgerende glijbanen!) de lichamen van gevallen strijders op het slagveld. Vergis je dus niet in de lieflijkheid van het schouwspel, merk bijvoorbeeld de karkassen op die de dames opbergen in de door hen meegebrachte jutezakken; nee, Wagner wist er wel raad mee.


Een zijspoor: het muziekfragment werd gebruikt in een al even beroemde filmscene uit de Vietnamfilm Apocalypse Now. De paarden zijn hier veranderd in aanvliegende helikopters.

Aan het eind van deel twee wordt Walküre Brünnhilde door haar vertoornde vader Wotan veroordeeld tot een eeuwige slaap op een met vuur omringde rots. Slechts degene die geen vrees kent, zal toegestaan zijn Brünnhilde te wekken en te veroveren.

Hoofdfiguur in het naar hem genoemd derde deel is de held Siegried. Inderdaad, hij is degene die na veel avonturen Brünnhilde uit haar slaap weet te wekken. Natuurlijk kan dat niet goed blijven gaan. Een breed uitgevoerde apotheose met weer allerlei nieuwe personages, verhoudingen en onbegrijpelijke verwikkelingen vindt plaats in deel vier de Götterdämmerung (Godenschemering). De prijs die Siegried heeft moeten betalen voor de verovering van Brünnhilde, is dat hij vanaf dat moment de vrees heeft leren kennen. Siegfried wordt gedood.


Een van de vele hoogtepunten, zo niet het absolute, is de erop volgende Trauermarsch (3:33:03). Andermaal een zijspoor: Siegfrieds treurmars wordt aan het eind van  de oorlog door de Duitse radio uitgezonden bij de bekendmaking van Adolf Hitlers dood. Alleen een grootheidswaanzinnige haalt het in zijn hoofd Siegfrieds Trauermarsch bij zijn begrafenis ten gehore te willen brengen. Zo bezien was het een passende keuze.


Overigens duurt het nog anderhalve plaatkant voordat het echt klaar is. Het slot is niet minder indrukwekkend (3:57:10). Brünnhilde met de vermaledijde ring om haar vinger laat een brandstapel voor haar (overspelige, dat wel) geliefde maken, brengt die tot ontbranding en springt er vervolgens zelf met paard en al achteraan. De Rheintöchter (daar zijn ze weer!) weten de de ring uit het vuur te redden. Het kan de totale ondergang van de goden niet voorkomen, ook hun paleis - het Walhalla - gaat in vlammen op. Hoor hoe virtuoos Wagner de vele Leitmotiven achterelkaar terug laat komen. Na vijftien uur eindigt de opera zoals die begon, zij het nu niet met neveldampen maar in opgaande rook.

III. Rammstein dag 1: buiten de hekken

We schrijven 6 juli 2023. De dag van het eerste van twee optredens van de Duitse metalband Rammstein in het Groninger Stadspark. Zanger en voorman Till Lindemann is in de voorafgaande maanden in opspraak gekomen door beschuldigingen van seksueel overschrijdend gedrag c.q. misbruik. Het heeft geen invloed op de enorme belangstelling voor het mega-evenement. Andere hobbels, met name het protest tegen de overschrijding van de geldende Groningse geluidsnorm van 100 decibel, zijn pas op het laatste moment genomen. Rechters veegden een dag eerder de bezwaarschriften van natuurorganisaties zonder pardon van tafel, hetgeen niet indruk weg kan nemen dat in eendrachtige samenwerking met de autoriteiten een oogje toegeknepen is. Geen mens die er om maalt.

Het Stadspark ligt op een kilometertje afstand van mijn bovenwoning en ongetwijfeld zal ik er van kunnen meegenieten. Dat laatste is niet sarcastisch bedoeld. Hoewel geen kenner laat staan speciale fan, ben ik wel bekend met enkele nummers van de groep, bovendien is de heavy muziekstijl er een die mij zeker kan bekoren. Niet genoeg dus om een kaartje proberen te bemachtigen (naar ik later begrijp waren de twee concerten vorig jaar september in een mum van tijd uitverkocht), maar wel om de ramen wijd open te zetten.

Als het concert een kwartier onderweg is, besluit ik nog wat verder te gaan. Met een mega-event naast de deur is het zonde niet iets van de sfeer mee te pakken. En op een mooie zomeravond een wandeling rond het park onder genot van een pittig stukje muziek: nooit weg.  


De centrale toegangsweg van het Stadspark is tot mijn vreugde niet afgesloten zodat ongehinderd de ingang van de drafbaan te bereiken is. Het geluid van de groep komt nader en naderbij, vooral ook harder en harder. Wat zijn dat voor hoge dingen daar aan de andere kant van de omheiningen rechts van de entree? Naar schatting dertig tot wel veertig meter hoge constructies die ik niet thuis kan brengen. Stonden die hier altijd al? Ik pijnig mijn hersens. Nee toch? Of is dit... huh...? Pardon? Jawel, het kan niet anders, dit moeten stellages zijn die bij het Rammstein podium behoren. Niet alleen stellages trouwens, ik zie enorme hoog de lucht instekende torens. Absurd gewoon haha. 

Het podium is dus aan de lange zijde van de drafbaan opgebouwd, stel ik vast. Ha, grinnik ik bij mezelf, natuurlijk, het zal wel niet gepast hebben aan de korte zijde van het grote veld. Vierentwintig jaar geleden was ik op deze locatie bezoeker van het legendarische Rolling Stones concert. Het podium stond bij hen aan de korte zijde. Het publiek moest van soms honderden meters afstand in een soort van pijpenla toekijken naar de verrichtingen van de oude rockers. Ik loop zo ver als mogelijk is naar de terreinafscheidingen, op mijn tenen staand zie ik aan de tegenoverliggende lange zijde en ombuigend naar de zijkanten hoge volgepakte tribunes. Slim gedaan, bedenk ik me, zo geef je aanzienlijk meer mensen de kans van kortere afstand het concert te volgen. Ondertussen is het volgende nummer door de band ingezet. Bij de hardste passages druk ik zelfs hier buiten de hekken mijn oren even dicht. Dit alles hier is mega, gaat voorbij aan alle grenzen. Vergeleken met dit was dat concert van toen, van die grootste rock 'n rollband aller tijden, kinderspel.

In een flits dringt de associatie zich onverbiddelijke aan mij op: dit is Wagner, dit is een Gesamtkunstwerk. De massieve geluidsmuur, het immense decor, de mensenmassa, het theatrale, het bombastische, de grootsheid, de megalomanie zo je wilt, de grommende Duitse taal waarin de teksten over de luisteraar worden uitgeslingerd... Zeker, de overeenkomstige taal maakt de parallel een makkelijke. Maar los van de taal, en of je het mag zeggen of niet: het is vooral allemaal... zo Duits... Duits zoals alleen Duits kan zijn. Wagner kon alleen maar Duits zijn, Rammstein kan alleen maar Duits zijn.


Na een kwartiertje besluit ik het park verder rond te lopen in de hoop van de zijkant het spektakel nog beter mee te maken. Ik ben niet de enige, het geluid is perfect en bij de invallende duisternis zijn zelfs glimpen op te vangen van een van de podiumschermen. Een gratis zomeravondconcert, wat wil een mens nog meer? Na wat de laatste tonen lijken, wacht ik voor de zekerheid nog een minuut of tien, maar het is nu toch echt afgelopen. Ik kom terecht in een stroom van vertrekkende bezoekers alsof ik een van hen ben. Thuisgekomen google ik tussen het ene na het andere Rammstein filmpje door stiekem op mogelijke aangeboden kaartjes voor het concert van de volgende dag. Ik vind wel iets maar wijs het idee als onrealistisch van de hand.

IV. Rammstein dag 2: binnen de hekken

7 juli 2023. Ik word wakker met de gedachte aan die site waarop Rammstein kaartjes aangeboden werden. Bij het opstaan zoek ik die weer op en lees de kleine lettertjes eens goed na. Het ziet er eigenlijk heel erg degelijk en betrouwbaar uit. Mensen die om welke reden dan ook van hun kaartje af willen, bieden die voor een zelf te bepalen prijs aan, de positie van het aangeboden toegangsbewijs (vrij of geplaceerd) wordt door de site visueel exact aangegeven, de site treedt ook op als tussenpersoon en verzorgt tegen een provisie van 5% de betaling, verkoper en koper blijven anoniem, onderling contact is uitgesloten; ook is er geen mogelijkheid tot bieden, waardoor de prijzen niet veel hoeven te verschillen van de oorspronkelijke (ze zouden zelfs, hoe dichter op het aanvangstijd, goedkoper kunnen uitvallen). Wat is eigenlijk het probleem? 

Ik heb 's ochtends eerst een afspraak en een boodschap te doen. Wat me niet belet in die uren een besluit te nemen. Als ik thuis kom maak ik een account aan, ik kan kiezen uit wel tien tribuneplekken. Gewaarschuwd voor het voorspelde geluidsniveau klik ik op een plaats het verst weg van het podium. Om 12.47 uur zit het ticket als PDF in mijn mailbox.


De tijd die resteert besteed ik aan het beluisteren van te verwachten Rammstein nummers aan de hand van de setlist die de avond eerder al op internet verscheen. En het kopen van de bijna laatste in Groningen verkrijgbare oordopjes... Zes uur later sta ik in afwachting van de dingen die komen gaan op het festivalterrein.


Rammstein wordt opgericht in 1994 in Berlijn. De zes leden groeiden op in de voormalige DDR (Oost-Duitsland), uit die tijd kennen ze elkaar van verschillende bandjes. Een gedeelde voorliefde voor compromisloze harde gitaarmuziek brengt hen samen, de stijl die de band ontwikkelt is een mengsel van metal, techno, dance e.d. Opmerkelijk is de hechtheid van wat een vriendenclub lijkt te zijn: de samenstelling heeft zich tot op de dag van vandaag niet gewijzigd.

Een internationale doorbraak dankt de groep aan enkele muziekflarden in de vervreemdende film Lost Highway uit 1997 van David Lynch (vooral bekend van de tv-serie Twin Peaks). In de elektronische beginklanken is frappant genoeg een helikoptergeluid terug te horen. 


Wie Rammstein zegt, zegt Till Lindemann, de onbewiste blikvanger en leider van de groep. De man dost zich bij voorkeur zo lelijk en angstaanjagend uit als maar mogelijk is (deze foto is tamelijk flatteus). Ondersteund door harde metalklanken voert hij zijn toneelstukjes op: de inhoud van een reuzenkinderwagen dreigt hij onder manisch geschreeuw bij voortduring het hoofd af te hakken (Und dann reiß ich der Puppe den Kopf ab), getooid met koksmuts en slagersmes tracht hij een collega-bandlid in een kookpot levend te verbranden (Mein Teil), er zijn taferelen waarbij diezelfde collega (toetsenist Flake, die kennelijk graag de rol van pispaal vervult) door Lindemann kruipend aan een halsband over het toneel getrokken wordt en zelfs een gespeelde verkrachting door zijn baas moet ondergaan, en aan het eind van de show neemt hij plaats op een zogeheten peniskanon om daarmee de schuiminhoud over de voorste rijen uit te sproeien. Het zijn al jaren vaste attracties in de show. Opvallend: juist de seksueel getinte acts zijn, zonder twijfel niet toevallig, in deze tour geschrapt. Gevraagd naar de achtergrond van zijn bizarre podiumgedrag verklaarde Lindemann ooit met een knipoog: 'Zingen beslaat nog niet de helft van een optreden. Ik wist niet wat ik tussendoor moest zeggen of doen, verveelde me. En dansen kan ik niet. Dus bedacht ik wat anders.'

Overheersend element in het Rammsteintheater is echter het aldoor aanwezige vuur. Al vanaf het begin van hun carrière experimenteert de groep met vuur op het toneel. Na enkele (bijna)ongelukken pakt men de zaak serieuzer aan. Professionals op het gebied van pyrotechniek worden in dienst genomen. Lindemann zelf laat zich opleiden tot een volleerd pyrotechnicus. Geen nummer eigenlijk waarin het vuur of rook ontbreekt.


Mijn tribuneplaats bevindt zich naar schatting meer dan honderd meter van het podium. Te ver om de details van de show waar te nemen. Temeer daar de beelden op de (vreemd genoeg) vrij kleine projectieschermen zeker zolang het licht is slecht te onderscheiden zijn; het enige minpunt van de voorstelling. Maar voor het zicht op de vuurspuwende torens, waarvan een aantal tussen het publiek opgesteld staan, is het de perfecte plek. Verbluffend hoezeer elke ontploffing en ontbranding volstrekt in cadans is met de muziek. Het Duitse perfectionisme laat zich hier gelden. Overigens, wie mocht denken dat het vuur op de een of ander manier nep is, niets is minder waar. Bij het gelijktijdig ontbranden van de torens is gedurende enkele seconden een warme gloed op mijn zitplaats duidelijk voelbaar. 


Niet minder vuur is er op en rond het podium. Niet alleen Lindemann is er mee in de weer, ook de overige bandleden dragen hun steentje bij. De twee gitaristen schieten met de op hun instrumenten gemonteerde vuurwerpers meterslange salvo's over het toneel. Ofwel ze worden door Lindemann bijkans in brand gestoken. Grootste durfal is uiteraard de vuurkunstenaar zelve. Zie hoe hij zichzelf met podiumvullende halo's volledig in vlam zet. Richard Wagner zou zijn vingers er bij aflikken.

Rammstein
Ein Mensch brennt
Rammstein
Fleischgeruch in der Luft
Rammstein
Ein Kind stirbt
Rammstein
Die Sonne scheint

Ook Lindemanns gezwollen taalgebruik zou de goedkeuring van zijn negentiende-eeuwse voorganger weggedragen hebben. Al houdt de Rammstein zanger het ook wel eens eenvoudiger en luchtig, zoals in de hit Du hast. Altijd nam ik aan dat de titel, gezien de reputatie van de groep, als hasst (met dubbel s oftewel haat) gespeld moest worden, maar dat zit blijkbaar anders:

  
Du
Du hast
Du hast mich

Du
Du hast
Du hast mich
Du hast mich gefragt
Und ich hab nichts gesagt

Lachen is er weliswaar niet bij in het Lindemann-universum, maar de anticlimax van de laatste regel werkt na de spannende opbouw erg op de lachspieren (13-07-2023: de tekst blijkt wel degelijk dubbele betekenissen te bevatten SJ).

Du hast moet om nog een andere reden worden genoemd. Kijk bij seconde 0.10 of nog beter bij 0.22. Onze held voert er de zogenaamde Till Hammer op: half gebogen beukt hij op het ritme van de muziek als een waanzinnige met de rechtervuist op zijn bovenbeen. Op internet wordt zelfs de vraag gesteld wat het beste Till Hammer jaar is. Ik moet echter onmiddellijk denken aan Alberich uit de Ring.


Net als de dwergenhoofdman lijkt Lindemann op een smerig ondergronds levend wezen. De Till Hammer doet daar nog een schep bovenop: het is als Alberich die bij het smeden van de almachtige Ring met zijn hamer op het aambeeld slaat. Wagner wist dit geniaal te vertalen in de muziek (1:07:57).

Je zou het bijna vergeten, maar er werd ook nog gemusiceerd. En hoe! De muziek mag dan metalrock heten, monotoon is het zeker niet, juist vaak erg melodieus, wat waarschijnlijk mede de brede populariteit van de groep verklaart. Pure metal is het trouwens evenmin. Synthesizer en zelfs piano spelen een nadrukkelijke rol. Daarnaast brengt de groep veel langzame composities ten gehore zoals het gedragen Zeit en de gevoelige ballade Ohne Dich. Maar wat het karakter van het nummer ook is, altijd wordt het even strak en zwaar gespeeld. De diepe basstem van Lindemann doet de rest. En het geluid, hoe hard ook, is glashelder; elk detail is te horen.

Hier nog enkele van de wat meer bekendere nummers (in de toegift verderop staan nog enkele interessante filmpjes).

  

Elk Rammstein album bevat wel een paar controversiële titels. Dit Deutschland van het voorlaatste album maakte bij de oosterburen veel tongen los, niet in de laatste plaats door de bijbehorende clip.

Deutschland
Mein Herz in Flammen
Will dich lieben und verdammen
Deutschland
Dein Atem kalt
So jung und doch so alt
Deutschland

De tekstregel Deutschland, Deutschland über allen (geen alles!) slaat Lindemann over om die door het publiek te laten zingen... De betichting van neo-nazistische sympathieën heeft de groep ooit willen ontzenuwen met Links-2-3-4 (en dat hun hart juist links zit!). Ach, Rammstein zal er mee moeten leren leven, over de deugdzaamheid van Richard Wagners politieke denkbeelden zijn de meningen nog altijd verdeeld :-). 

 

Voor iemand die niet het zonnetje in huis wil zijn, is het opmerkelijk hoe vaak Die Sonne voorkomt in Lindemanns teksten. Hier is het meteen ook de titel.

Eins, hier kommt die Sonne
Zwei, hier kommt die Sonne
Drei, sie ist der hellste Stern von allen
Vier, hier kommt die Sonne 

Het beeld is prachtig, met die horizon waar de zon net is ondergegaan; dit is precies hoe ik het meemaakte.


Het Rammstein Gesamtkunstwerk krijgt in de European Stadium Tour een beschaafd slot met het fraaie Adieu van het laatste album Zeit.

 
Adieu, Goodbye, Auf Wiedersehen
Den letzen Weg musst du alleine gehen
Ein letztes Lied, ein letzter Kuss
Kein Wunder wird geschehen
Adieu, Goodbye, Auf Wiedersehen
Die Zeit mit dir war schön

Of het kan wedijveren met Siegfrieds Trauermarsch is aan de luisteraar (voor wie er meer van wil zien, dit is de officiële clip). Nog steeds niet het meest aangewezen vers voor bij een crematie, al acht ik diehard fans zeker tot die keuze in staat. Het geheel eindigt in een kakafonie van geluid, licht, vuur, rook en confettiebombardement. Applaus.

V. Toegift

Hieronder een serie van bijzondere concertmomenten waar in het verhaal geen ruimte voor was.

Abfahrt:

De opkomst (1:40). Frontman Lindenmann (Wotan?) daalt neer vanuit de hoogte. Zijn verlichte gehemelte wordt voortgebracht door een lampje in zijn mond waar hij ooit zijn wang voor liet perforeren. 

Wer wartet mit Besonnenheit
Der wird belohnt zur rechten Zeit
Nun das Warten hat ein Ende
Leiht euer Ohr einer Legende

Vanuit de coulissen betreden de overige vijf gehuld in rook het podium. Gitaren zetten in, de bassdrums rollen, het eerste vuurwerk knalt, het Rammlied klinkt:

Manche führen manche folgen
Herz und Seele Hand in Hand
Vorwärts vorwärts bleibt nicht stehen
Sinn und Form bekommt Verstand

Wenn die Freude traurig macht
Keine Sterne in der Nacht
Bist du einsam und allein
Wir sind hier schalte ein

Ramm
Stein
Ramm
Stein

Intermezzo:

Halverwege het concert wordt een intiem moment ingelast. Door middel van een gang (tunnel? ondergronds ;-)?) worden de bandleden naar een klein podiumpje tussen het publiek geleid. Onder begeleiding van twee pianistes wordt het nummer Engel gezongen, al snel door de fans overgenomen. 'Grap' is dat ik het intermezzo door de grote afstand volledig miste en pas op het internet tegenkwam. Wel bemerkte ik via de podiumschermen nog net iets van de scene erna.

Überfahrt:
 

Vanaf het kleine podium steken de helden in door publiek gedragen rubberbootjes over naar het hoofdpodium, een variant op het stagediven. Uh nee, ik wil niet zo ver gaan dat we hier de Rijnrivier in moeten zien... Onder kabbelende pianomuziek ontpoppen de metalmannen zich als gemoedelijke familievaders. Naar het schijnt werd Flake bij deze act ooit door het publiek gestroopt van vrijwel al zijn kleren waarna hij van verdere deelname aan dit onderdeel afzag. Blijkbaar heef hij er weer vertrouwen in, al valt wel op dat hij als enige niet fysiek handjes lijkt te geven... Overigens doet Lindemann niet aan de overtocht mee, misschien was dit tafereel hem wat al te gezellig. Anderzijds: op het grote podium zien we hem zijn kameraden een voor een hartelijk de wal ophelpen. De acteurs hebben hun menselijke kant getoond.

Abschied:


Een even onverwacht als ontroerend moment (6:06): geknield (taking the knee) neemt Rammstein afscheid van het publiek  Lindemann - geen prater inderdaad :-) - spreekt zijn enige woorden van de avond: 'Groningen, dank u wel, danke schön, dank u wel'.

Himmelfahrt:
            

Waarna het echt gedaan is (8:10). De goden keren terug, omhoog naar het Walhalla. Natuurlijk, aldaar aangekomen ontploft het laatste vuurwerk.

VI. Naschrift

12-07-2023
Tijdens het schrijven en vele googelen bleek mij (na eens de zoekterm 'Rammstein Wagner' opgegeven te hebben) dat parallellen tussen Rammstein en Richard Wagner meer gemaakt zijn (snik...). Omdat ik 1. van begin af aan precies wist wat ik wilde vertellen en 2. mij daarbij op geen enkele manier door anderen wilde laten beïnvloeden, heb ik artikelen, commentaren, inzichten dienaangaande volledig gemeden. Dat wil zeggen: tót het moment van publicatie (heden). Uiteraard ben ik razend benieuwd. Indien de moeite waard zal ik eventuele bevindingen na publicatie hieronder plaatsen.


Acht overeenkomsten tussen Wagner en Rammstein: 

Uit een blogartikel van het Vlaams Wagner Genootschap:

Een radiointerview uit 2022 met de artistiek leider van het Noord Nederlands Orkest over een gecombineerd Wagner-Rammstein concert:

Een lang artikel over ditzelfde project uit het Financieel Dagblad:

Katharina Wagner, een achterkleindochter van de meester zelf, en volgens dit artikel een fan van Rammstein:

Zonder enig idee wat deze diepfilosofische verhandeling behelst, de namen Wagner en Rammstein komen er beide driemaal in voor:

donderdag 3 december 2020

Maradona: de beste

Je kunt er eindeloos over twisten wie de beste voetballer aller tijden is: de vorige week overleden Diego Maradona, Pelé, Johan Cruijff, Lionel Messi, of nog een ander. Het mooie van voetbal is dat de sport zo oneindig rijk is dat topspelers op totaal verschillende manier erin kunnen uitblinken wat vergelijken tot een onmogelijkheid maakt. Toch kies ik voor Maradona.

Pele won driemaal de wereldtitel maar wist al die keren een Braziliaans kampioenenteam om zich heen. Cruijff, de absolute ster van het WK 1974, had wereldkampioen moeten worden, maar faalde op de beginminuut na opzichtig in de finale. Messi heeft op het belangrijkste toernooi ter wereld
nooit veel laten zien laat staan bereikt (wel veel heen en weer geslof). Maradona echter stond er als het moest, hij maakte Argentinië in 1986 in zijn eentje wereldkampioen en herhaalde dat kunststukje - het wordt wel eens vergeten - in 1990 bijna nogmaals. Met geniale acties, doelpunten, passie, energie en een enorme gedrevenheid.

Het grote Nederlands elftal van de jaren zeventig ontliep Maradona tijdens de grote toernooien op een haar. Trainer Menotti achtte de jonge Diego in 1978 te jong voor het meest grote werk, het WK, dat jaar in eigen land waar Nederland in de finale van Argentinië verloor. Wellicht had de Argentijnse coach gelijk. Ik weet nog hoe Maradona vier jaar later tijdens het WK in Spanje gefrustreerd een tegenstander in de buik trapte en met rood uitgeschakeld het toernooi moest verlaten.

Het was alles een opmaat tot het onvergetelijke optreden in Mexico 1986. In het verder niet opvallende Argentijnse team is Maradona wedstrijd na wedstrijd de dirigent, uitblinker, gangmaker en topscorer. Het verhaal van de kwartfinale Argentinië-Engeland is genoegzaam bekend. In de Falkland oorlog van enkele jaren heeft het oppermachtige Engeland de Argentijnen een gevoelig lesje geleerd. Heel het land stelt nu zijn hoop op Diego.

Na een 0-0 ruststand worden de Argentijnse gebeden in een tijdsbestek van vijf minuten verhoord. Maradona scoort met de hand maar weet het hands handig te maskeren. Diego's verklaring na afloop is briljant: het was de hand van God geweest. En zo was het. Na de scheidsrechterlijke dwaling besloot God zijn goedkeuring aan het doelpunt te geven door Maradona even later met een mythische solo vanaf eigen helft te laten scoren. Waarmee iedereen het zwijgen werd opgelegd, de Engelsen voorop. Het doelpunt van de eeuw telde simpelweg voor twee.


Waarom trouwens komt keeper Shilton hier niet boven dat 1.65 kleine mannetje uit? Er is maar een verklaring: het was niet alleen de hand van God, het was ook nog eens God die Maradona deed vliegen. Zuiver doelpunt dus! Merk tevens op dat ook de Engelse commentator zich nergens van bewust is. De sukkel denkt dat zijn landgenoten protesteren vanwege buitenspel wat het nooit kon zijn omdat de bal van een verdediger afkomstig is.

Door naar het doelpunt van de eeuw. Commentaar overbodig.


De twee doelpunten zijn zo legendarisch dat ik pas bij het zoeken naar een samenvatting van de wedstrijd tot de ontdekking kwam dat Engeland ook nog tot een doelpunt was gekomen en de eindstand dus 2-1 was en niet 2-0. Maradona scoort ook twee keer in de halve finale tegen het verrassende België en leidt zijn land in de finale met een beslissende pass naar de 3-2 winst op West-Duitsland.

Eerder dit jaar zond de VPRO de fantastische documentaire Diego Maradona van de Engelse regisseur 
Asif Kapadia uit. Meteen vorige week werd hij op de Nederlandse tv herhaald (kijken!). De film is als een boek. Maradona groeit op in een sloppenwijk van Buenos Aires. Het voetbal geeft hem en zijn familie de kans aan de armoede te ontsnappen. Zijn eerste buitenlandse transfer naar Barcelona leidt tot een wisselvallig periode, dieptepunt is de aanslag van een verdediger (menigeen zal de naam Goikoetxea, de slager van Bilbao, nog bekend in de oren klinken) waarbij Maradona zijn been breekt. De overgang in 1984 naar Napoli in het arme Italiaanse zuiden verrast vriend en vijand. De club speelt tot dan geen enkele rol in de strijd om het Italiaans kampioenschap maar Maradona schenkt de stad tweemaal de landstitel en een UEFA Cup. Een onnavolgbaar staaltje. Het nachtleven, de verkeerde milieus en vele verslavingen hebben geen vat op de successen. De populariteit van Maradona is immens, de stad draagt hem op handen. Uit deze tijd stamt het beroemde filmpje waarin hij vooraf aan een Europacup wedstrijd op de tonen van het liedje Live is Life de warming-up doet. Het liedje is bepaald matig te noemen maar tezamen met de toverkunsten van de circusartiest ontstaat een voorstelling waar een mens alleen maar heel erg vrolijk van wordt.


Let vooral op seconde 13 van het filmpje: plof, precies op het 'whoe' van de zanger laat Maradona de bal van grote hoogte dood op zijn grote teen neervallen... En kijk ook naar zijn linkerarm: alsof hij de bal aan een touwtje vanuit de lucht naar beneden trekt... Waarschijnlijk is de muziek er later precies zo onder gemonteerd. Hieronder een andere (originele?) opname van de show waarin het bewuste fragment vanaf 1.16  dankzij een ietwat langere aanloop ook iets beter te zien is.


De documentaire brengt een dramatische WK episode terug die volledig uit mijn herinnering verdwenen was. Het organiserende land Italië dient het in de halve finale van het WK 1990 op te nemen tegen Argentinië. Plaats van handeling: uitgerekend Napels! De Napolitanen staan voor een onmogelijk dilemma maar kunnen niet anders dan kiezen voor hun vaderland. Maradona heeft geen last van loyaliteitgevoelens, hij is slechts op een ding uit: een tweede WK titel voor zijn land. De wedstrijd draait uit op strafschoppen. Italië mist de vierde, Maradona faalt niet en dompelt Italië in diepe rouw. In wat de slechtste WK finale ooit wordt genoemd krijgt West-Duitsland zijn revanche (1-0 dankzij een dubieuze penalty) voor de nederlaag in Mexico. Diego Maradona is minutenlang in tranen.

Het is alsof Italië inclusief Napels het hem niet vergeeft. Schandalen wisselen elkaar in hoog tempo af en niet langer wordt Maradona de hand boven het hoofd gehouden. Sterker nog, Italië kotst Diego uit. De voetbalster speelt nog enige jaren in Spanje en zijn thuisland. Op het WK van 1994 in Amerika is Maradona de enige die denkt nog een keer voor zijn land te kunnen vlammen. Beroemd is het beeld wanneer hij na een inderdaad ouderwets doelpunt woest de camera in lijkt te stormen, even later wordt hij na een positieve dopingcontrole naar huis gestuurd.

Een voetballer dien je uitsluitend te beoordelen op wat hij op het veld laat zien. Het leven naast het voetbal doet er niet toe, zeker niet als je daarin eigenlijk nooit een vlieg kwaad hebt gedaan. Of zoals in de mooiste quote die de afgelopen week voorbij kwam, ongetwijfeld van een Argentijn
: "Vraag niet wat Maradona met zíjn leven deed. Vraag naar wat hij met óns leven deed"!

Niettemin is het onmogelijk om die andere kant van Maradona heen te kijken. Ook de documentaire doet dat niet, integendeel. Het bijzondere van de film is echter dat het is alsof je als kijker - zoals alle Argentijnen -  alleen maar meer van de man gaat houden en hij daardoor als voetballer alleen maar groter lijkt te worden. En is de kwestie dus beslist: Diego is de beste.

Ter afsluiting:

Vaak zijn het doelpunten die een voetballer beroemd maken, we zagen het hierboven al. Van Maradona is echter met gemak een indrukwekkende collage te maken zonder dat hij er maar een keer bij scoort:


Met Maradona kun je zelfs nog een stap verder gaan. Een kwartierlange aaneenschakeling van circustrucs met pingpongballen en tennisballen, Maradona in de zaal,  in de tv studio, ballen mikken op de paal, en nog heel veel ander moois. Niet zelden zijn de beelden bijzonder vermakelijk:


Speciale aandacht voor minuut 12:06 met de Live-is-Life-act: de bal met de arm uit lucht naar beneden trekken (nee, geen hands!) en dood op de voet laten neervallen. Het behoorde dus tot Diego's oneindige repertoire.

MARADONA FOREVER